Ecodor United Kingdom

http://www.ecodor.co.uk/components/com_gk3_photoslide/thumbs_big/152435Facebook_NL.pnglink
http://www.ecodor.co.uk/components/com_gk3_photoslide/thumbs_big/772423Welkom_NL.pnglink
http://www.ecodor.co.uk/components/com_gk3_photoslide/thumbs_big/783244UF2000_pets_NL.pnglink
http://www.ecodor.co.uk/components/com_gk3_photoslide/thumbs_big/125047EcoHome_NL.pnglink
http://www.ecodor.co.uk/components/com_gk3_photoslide/thumbs_big/133808HappyFeet_NL.pnglink
http://www.ecodor.co.uk/components/com_gk3_photoslide/thumbs_big/225156Detector_NL.pnglink
http://www.ecodor.co.uk/components/com_gk3_photoslide/thumbs_big/705209EcoPet_NL.pnglink
http://www.ecodor.co.uk/components/com_gk3_photoslide/thumbs_big/628154Wonderschoon_NL.pnglink
http://www.ecodor.co.uk/components/com_gk3_photoslide/thumbs_big/668707EcoClinic_NL.pnglink
http://www.ecodor.co.uk/components/com_gk3_photoslide/thumbs_big/265396EcoCar_NL.pnglink
http://www.ecodor.co.uk/components/com_gk3_photoslide/thumbs_big/746726OdorShield_NL.pnglink
http://www.ecodor.co.uk/components/com_gk3_photoslide/thumbs_big/969004SC_Professional_NL.pnglink

Facebook

Vind ons leuk op Facebook. U bent altijd direct op de hoogte van het laatste nieuws, nieuwe producten en/of interessante aanbiedingen. Bestel nu!

Ecodor

Ecodor is marktleider op het gebied van geurbestrijding / ontgeuren middels verneveling van biologische ontgeuringsproducten. Ecodor ontgeuringsproducten elimineren geuren snel, en op een natuurlijke wijze. Bestel nu!

UF2000

UF2000 is een krachtige geurneutralisator die effectief de strijd aanbindt met urinegeur! Voor alle soorten urine van huisdieren. Werkt uitstekend om kattenurine geur te verwijderen. Bestel nu!

EcoHome

Tegen nare geurtjes in huis! Deze luchtverfrisser (geurbestrijder) breekt de geurmoleculen in de lucht op natuurlijke wijze af. Bestel nu!

EcoFeet

Last van stinkschoenen? Gebruik EcoFeet zweetvoeten Deo! Bestel nu!

Vlekdetector

De in urine aanwezige (opgedroogde) zouten zullen door de detector oplichten waardoor een behandeling van de vlek mogelijk wordt. Bestel nu!

EcoPet

Een ecologische, reukloze Geur en Vlek verwijderaar voor op plaatsen waar uw huisdier komt of verblijft. Bestel nu!

Wonderschoon

Biofoam vachtreiniger voor katten, honden en knaagdieren. Bestel nu!

EcoClinic

EcoClinic, een ongeparfumeerde geurneutralisator voor de gezondheidszorg. Bestel nu!

EcoCar

EcoCar luchtverfrisser breekt de geurmoleculen in de lucht op natuurlijke wijze af, waardoor de stank gewoon verdwijnt in plaats van er een geur overheen te spuiten. Bestel nu!

EcoShield

Nadat EcoShield eenmaal is aangebracht, biedt het, mede door het visceuse karakter gedurende langere tijd een effectieve bescherming tegen stankoverlast. Bestel nu!

Ecodor SC

SC-Professional is een professionele geurbestrijder tegen brand- en roetgeuren. Bestel nu!

Wetenswaardigheden mbt stank
Wat is stank?
Stank
stank_knijper_op_neus_150.jpgHet waarnemen van ongewenste geuren kan leiden tot hinder. Als een geur hinderlijk wordt spreken we ook wel van stank. Geurhinder (stankoverlast) komt relatief veel voor in Nederland. Hinder is op zichzelf al een gezondheidsprobleem, maar buiten deze hinder kunnen er andere gezondheidsklachten ontstaan door de stoffen die de stank veroorzaken. Een grote bijdrage aan geurhinder wordt geleverd door rioleringen, verkeer en industrie. Andere belangrijke bronnen van geurhinder zijn de landbouw en allesbranders/open haarden.


Veel gestelde vragen
1. Kan de stof die ik in mijn omgeving ruik mijn gezondheid schaden?
2. Waar kan ik terecht met klachten over stankoverlast?

1. Kan de stof die ik in mijn omgeving ruik mijn gezondheid schaden?
De neus is een gevoelig orgaan. Veel stoffen zijn al te ruiken bij zeer lage concentraties. Als u een stof ruikt hoeft de concentratie nog niet zo hoog te zijn dat u er ziek van wordt. Andersom is het ook zo dat sommige stoffen al schade kunnen veroorzaken terwijl u ze niet ruikt. Koolmonoxide is hier een goed voorbeeld van. Het is dus afhankelijk van de soort stof of u ziek wordt of niet.

Het ruiken van ongewenste geuren kan echter op zichzelf al tot gezondheidsklachten leiden. Stankoverlast kan het leefgenot verminderen en u belemmeren in uw dagelijkse bezigheden. Deze hinder kan zich vertalen in effecten zoals hoofdpijn, slaapstoornissen, duizeligheid en misselijkheid.

odor_jongetjes.gif2. Waar kan ik terecht met klachten over stankoverlast?
Als u stankoverlast ervaart van bijvoorbeeld een fabriek in uw woonomgeving of van verkeer, dan kunt u dit het beste melden bij de gemeente. De gemeente is namelijk verantwoordelijk voor het afgeven van milieuvergunningen. Ze kan hierin eisen stellen om stankoverlast te vermijden. De gemeente kan ook in het bestemmingsplan bepalingen opnemen om geurhinder te voorkomen. Bij grote bedrijven is de provincie de verantwoordelijke instantie.
Lees meer... [Wat is stank?]
 
Hoe ruik je stank?
Wanneer we door onze neus inademen/ruiken, zullen de in de lucht aanwezige geurdeeltjes tot aan de bovenkant van de neus intreden.
Daar worden door middel van een dun slijmlaagje met geurcellen (geur detectors) de geurdeeltjes opgelost.


Hoe ruik je

Eenmaal opgelost, wordt een signaaltje gezonden aan de 'olfactometrie ruimte' van de hersenen, oftewel het 'geurcentrum'.

 

Het geurcentrum leest de berichten en haalt vanuit je geheugen het type geur die wordt waargenomen.

 

Tot slot bepalen de hersenen of de waargenomen geur veilig danwel gevaarlijk is, met eventuele bijbehorende lichaamsreacties.



Klik HIER voor een animatie in Flash


 

1. Geurdeeltjes op weg naar het geurcentrum1. Geurdeeltjes op weg naar het geurcentrum






2. De geurdeeltjes worden opgelost2. De geurdeeltjes worden opgelost






3. Het geurcentrum verwerkt het signaal. Het geheugen identificeert de geur.3. Het geurcentrum verwerkt het signaal.
    Het geheugen identificeert de geur.



4. GEUR GEÏDENTIFICEERD!!!4. GEUR GEÏDENTIFICEERD!!!






Lees meer... [Hoe ruik je stank?]
 
Werking van enzymen
Ecodor producten zijn bereid door fermentatie van melasse en plantenextracten.
In onze vloeistoffen zitten o.a. enzymen.
Enzymen zijn eiwitten met een specifiek biochemische katalytische werking. Als katalysator bindt een enzym zich aan een deeltje (van het substraat) waardoor het substraat makkelijker een reactie aangaat.
Enzymen versnellen zodoende de reactie. (In het geval van Ecodor versnellen de enzymen de natuurlijke afbraak van geurmoleculen).

Enzym (v. Gr. en = in, zumè = zuurdeeg, gist); de oude naam voor enzym  is "ferment".
( Ferment: de stof die gisting veroorzaakt =enzym; Fermentatie = gisting ).


bron: www.bioplek.org
De door fermentatie verkregen enzymen zijn de zgn. exo-enzymen. Door het bereidingsproces komen er in de Ecodor producten geen cellulair materiaal meer voor zoals gist, schimmels of bacteriën.

Technisch gezien hebben enzymen een katalyserende werking. Elk enzym is specifiek voor een bepaald substraat. Bij geurbestrijding wil dat zeggen dat één soort enzym slechts de omzetting van één soort geurmolecuul kan katalyseren. In het Ecodor-concentraat is echter een cocktail van enzymen aanwezig, dat een zeer groot aantal verschillende afbraakreacties kan versnellen. Het grootste deel van de geuren wordt afgebroken.

Een onaangename geur of stank wordt vaak veroorzaakt door een onvolledige (bacteriologische) oxidatie van organische stoffen, voornamelijk koolhydraten en eiwitten. Koolhydraten zijn natuurlijke stoffen, opgebouwd uit koolstof, waterstof en zuurstof. De meest voorkomende koolhydraten zijn cellulose en suikers uit plantaardige organismen. Bij voldoende zuurstof worden deze stoffen volledig afgebroken in kooldioxide en water. Is er niet voldoende zuurstof aanwezig dan worden deze stoffen omgezet in alcoholen, esters, aldehyden en organische zuren: een groot aantal van deze verbindingen veroorzaakt onaangename geuren en stank. Eiwitten zijn opgebouwd uit koolstof, waterstof, stikstof, zuurstof en zwavel. De onaangename lucht die ontstaat bij de eiwitafbraak is toe te schrijven aan het ontstaan van ammonia, amiden, mercaptanen en andere afbraakproducten. De meeste van deze verbindingen verspreiden al in zeer kleine concentraties een doordringende onaangename geur.

Om het Ecodor productmengsel in contact te brengen met de geurcomponenten wordt het Ecodor-concentraat 250 tot 500 maal verdund met water. Deze oplossing wordt verneveld over de stankbron of in het afvoerkanaal van een luchtbehandelingsysteem. Tussen de stankmolecuul en een druppeltje Ecodor treedt vervolgens adsorptie op. Hierdoor worden (stank)moleculen onttrokken aan de luchtfase. Voor een goede adsorptie is een groot contactoppervlak tussen lucht en vloeistoffase nodig; dit wordt verkregen door verneveling.
De enzymen in het productmengsel treden op als katalysator van het natuurlijk afbraakproces, waardoor de geur wordt geneutraliseerd.

Het stankmolecuul kan vervolgens op een aantal manieren worden geneutraliseerd.

Wanneer het stankmolecuul een irreversibele binding aangaat met een deeltje aanwezig in Ecodor, wordt het geïmmobiliseerd. Meestal betreft dit een precipitatie neerslag, waarbij een zout ontstaat van het stankdeeltje (het ion ervan) en een ion uit de Ecodor oplossing. Hierdoor komt de stankmolecuul niet meer terug in de luchtfase, waardoor de concentratie aan stankmoleculen zal afnemen.

Bij binding aan een enzym in Ecodor wordt een stankmolecuul katalytisch afgebroken in niet-geurende afbraakproducten die bij een normale afbraak ook gevormd zouden worden. Ecodor versnelt hier alleen het afbraakproces. Wederom geldt dat hierdoor de concentratie aan stankveroorzakende moleculen ook zal afnemen.
Lees meer... [Werking van enzymen]
 
Geurmetingen
Bij veel activiteiten komt geur vrij. Mensen kunnen hier last van hebben. Door het vaststellen van de hoeveelheid geur die vrijkomt, kan worden gekwantificeerd hoeveel een bepaalde bron bijdraagt en of maatregelen effectief zijn. Dit wordt gedaan door een geuremissiemeting.

Een geuremissiemeting bestaat uit drie stappen:


  • Debietbepaling

geurmeting.jpgBij reguliere afgaskanalen worden debietmetingen uitgevoerd zoals beschreven in de norm NEN-ISO 9096 'Stationary source emissions - Determination of concentration and mass flow rate of particulate material in gas-carrying ducts - Manual gravimetric method'. In deze norm is de uitvoering van debietmetingen uitgebreid beschreven. De gebruikte instrumenten worden jaarlijks door een geaccrediteerde instelling geijkt.

In één of meerdere punten in het meetvlak wordt de momentane luchtsnelheid geregistreerd en gemiddeld. Het afgasdebiet wordt verkregen door de luchtsnelheid te vermenigvuldigen met het doorstroomde oppervlak. Teneinde het afgasdebiet uit te drukken in normaal condities, worden tevens de druk, temperatuur en het vochtgehalte van de afgassen gemeten.

  • Bemonstering

geurmeting_zak.jpgEen deel van het afgas wordt afgezogen en in een geurmonsterzak opgeslagen. Bij warme en vochtige afgassen wordt het afgas verdund in een bekende verhouding met stikstofgas, dat over een koolfilter geleid wordt om eventuele ongewenste vervuiling tegen te gaan. Dit gebeurt volgens de richtlijnen in "Document meten en rekenen geur" (Publikatiereeks Lucht & Energie nr. 115, VROM, 1994).

  • Geurconcentratiebepaling

De monsters van de afgassen worden binnen 30 uur na de monstername geanalyseerd in een geurlaboratorium. Dit geurlaboratorium dient te zijn geaccrediteerd door de Raad van Accreditatie voor het uitvoeren van olfactometrische geuranalyses volgens de Nederlandse norm NVN 2820 (1996).

laboratorium.jpgDe geuremissie wordt nu bepaald door de geurconcentratie te vermenigvuldigen met het debiet, gecorrigeerd voor de toegepaste verdunning en de deelstroom die is afgezogen. Conform de richtlijnen in "Document meten en rekenen geur" worden geuremissiemetingen in het algemeen in drievoud uitgevoerd.

Aangenaamheid van de geur
Naast de geurconcentratie kan de aangenaamheid van de geur (de hedonische waarde) door het panel beoordeeld worden. Voor deze meting heeft de Duitse norm VDI 3882 model gestaan. Hierbij beoordeelt het panel de aangenaamheid van de geur bij verschillende concentraties van het monster waarbij de schaal loopt van uiterst aangenaam (+4) via neutraal (0) tot uiterst onaangenaam (-4). Voor de score -1 alsook voor de score -2 wordt de bijbehorende geurconcentratie berekend. Deze berekening wordt uitgevoerd d.m.v. lineaire regressie tussen de logaritmen van de concentraties en de groepsgemiddelde hedonische waarde.
bron: buroblauw.nl
Lees meer... [Geurmetingen]
 
De Neus - Wat doen geuren?
Wanneer we het over reuk gaan hebben zullen we ook een blik moeten werpen op het zintuig zelf. De neus is belangrijk voor de ademhaling want de lucht voor de longen wordt erin opgewarmd en vuil wordt hier gefilterd. Bovenin de neusholte zit het eigenlijke
zintuig.

reukorgaan.jpg

We kunnen alleen stoffen ruiken die als een gas of damp in de lucht zweven. De geurwaarneming komt tot stand doordat geurstoffen oplossen in een slijmlaagje en worden herkend door speciale zintuigcellen. De receptorcellen werken specifiek voor een bepaalde geurstof, zodat we maar een beperkt aantal cellen hebben om bijv een roos te kunnen ruiken. Het betekent ook dat er een maximum is aan wat we kunnen ruiken. Bij overbelasting stoppen we zelfs met ruiken en kunnen we de geur die zo rijkelijk aanwezig is niet meer ruiken.

Boeiende feiten
Ruiken met de neus en smaken in de mond zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Wanneer we ernstig verkouden zijn is het niet meer goed mogelijk om iets te proeven. We zeggen : Proeven = Ruiken+Smaken
De reuk is nuttig bij het keuren van voedsel en waarschuwt ons wanneer iets niet in orde is. Het is het 'oudste' zintuig en staat in nauwe relatie tot ons diepere gevoelsleven zoals driften en angsten. Geur kan ons gevoelsleven op subtiele wijze beïnvloeden. Een paar voorbeelden:
Uit Amerikaans onderzoek blijkt dat het kopen van een huis wordt gestimuleerd door de aanwezigheid van de geur van vers gebakken brood.
De befaamde Japanse werklust wordt mede veroorzaakt doordat veel firma's 's ochtends vroeg citroenolie en andere opwekkende geuren via de airconditioning verspreiden.
In de metro van Parijs wordt op sommige plekken dennengeur verspreid om de passagiers te laten ontspannen.

Beschrijving van geuren
Geuren zijn alleen maar te beschrijven in termen van geuren die je al kent. Stel je zou aan een buitenaards iemand de geur van een roos moeten uitleggen dan zou je niet ver komen, bloemig, wee, honingzoet zou alleen maar nieuwe vragen opleveren. Je hebt de directe ervaring nodig om erover te kunnen uitwisselen. Net zoals geluid in toonhoogtes en lengtes kan worden uitgelegd en licht als combinaties van verschillende kleuren met hun eigen intensiteit, probeert men al eeuwen om geuren op een logische manier te beschrijven. Een interessant systeem is het onderstaande dat veel wordt gebruikt in de wereld van het parfum. Leuk om even te kijken hoe nootmuskaat, een schaap, of boerenkool ruiken.

1.   Bloemachtig, zoet
2.   Vruchtachtig, sappig
3.   Etherachtig, fris
4.   Grasachtig, groen
5.   Kruidig, specerij
6.   Houtachtig, hard
7.   Grond, wortelachtig
8.   Balsemachtig, hars
9.   Brand, rookachtig
10. Foezelachtig, olieachtig
11. Wasachtig, vetachtig
12. Dierlijk, warm

De menselijke reactie op geur
Er wordt veel beweerd over de magische invloed van geuren op het gedrag van mensen. Gekeken wordt dan naar de dierenwereld waarin honden elkaar besnuffelen om elkaar vervolgens als vriend of vijand te bestempelen of mottenmannetjes die op een kilometer afstand partners kunnen ruiken. Bij mensen worden ook dergelijke mechanismen verondersteld, het gaat dan om de zogenaamde feromonen.

Feromonen
Een feromoon is een chemische boodschapper die boodschappen overbrengt tussen individuen van eenzelfde soort. (Wikipedia)

Het bekendste voorbeeld is waarschijnlijk dat van een groep vrouwen die gedurende een paar maanden bij elkaar in huis woont. Hun menstruatiecycli stemmen zich op elkaar af, waardoor alle vrouwen uiteindelijk tegelijk menstrueren. Er worden allerlei eigenschappen aan feromonen toegeschreven, wanneer je ze opdoet wordt je onweerstaanbaar voor de andere sexe ! Wat te denken van de volgende advertentie :

alterego.gif"Alter Ego Voor mannen met drie menselijke feromonen"
Alter-Ego is het eerste produkt in zijn soort dat niet alleen een of twee feromonen bevat, maar drie -3- menselijke feromonen zorgvuldig gemengd in een olie basis om een geur te creeëren die vrouwen eenvoudig niet kunnen weerstaan!

Het is gebleken dat Alter Ego een uitzonderlijk stabiel produkt is dat consistentere resultaten oplevert dan de meeste andere feromoon produkten. Dit betekent dat het effect dat het vandaag op iemand heeft over het algemeen ook morgen, overmorgen, etc. opgeroepen zal worden. Wanneer het een gewenst resultaat oplevert bij een andere persoon of groep personen, dan zal het u in het bijzonder goed bevallen dat u hetzelfde resultaat opnieuw kunt creeëren wanneer u dat wilt.
bron :feromonen.nl

We kunnen deze verhalen maar nauwelijks serieus nemen, alhoewel het aantrekkelijk is om ze te willen geloven.
De betekenis van feromonen voor de menselijke soort is echter klein in vergelijking met de dierenwereld:
Geur is in de loop der eeuwen cultureel steeds minder belangrijk geworden, in de westerse wereld gaat het dan vaak om preventie of maskering van stank. Bij ons is geur een subjectief iets geworden, denk je maar eens in dat een hond iets vindt stinken, voor hem is geur net zoiets als beeld en dat neem je gewoon waar ! Er zijn best nog wel culturen die geur belangrijk vinden. Bij een afscheid van een geliefde vriend drukken sommige Papoeas in Nieuw-Guinea de handen onder de oksels van de ander en wrijven de handen dan af aan het eigen lichaam. Alsof het een foto is nemen ze de geurindruk van de ander mee.

Naast het feit dat we cultureel minder op geur zijn ingesteld zijn we ook lichamelijk minder bedeeld dan dieren en zijn de organen die nodig zijn om feromonen waar te nemen nog maar slechts rudimentair aanwezig in de neusholte, op een zelfde manier eigenlijk als we nog een blindedarm in ons lichaam hebben of een stuitbeentje. Het gaat dan om het zgn vomeronasale orgaan dat op de tekening nog voor het eigenlijke reukorgaan zit. Mensen, en veel andere zoogdieren hebben achter de voorste snijtanden een kanaaltje door het verhemelte lopen waarmee ze feromonen goed kunnen opzuigen. Bij ons is echter het eigenlijke orgaan nog maar nauwelijks waar te nemen, in tegenstelling tot bijv paarden of katten.
Parallel aan de verminderde waarneming van geur is er een verminderde productie van geur. We spreken dan over zgn apocriene klieren die bijv gorilla's of chimpansees over hun hele lichaam verspreid hebben en feromonen afscheiden. Rond de tepel zitten bij ons nog dergelijke klieren waardoor een pasgeboren baby de tepel makkelijk kan vinden. Enkel rond de geslachtsdelen en de oksels bevinden er zich nog een aantal van deze klieren. De invloed van Feromonen op de mens wordt nogal eens overschat en wonderen zoals bovenstaande advertentie ons wil doen laten geloven zullen zeker niet op die manier plaatsvinden. Het eigenlijke wonder is waarschijnlijk de astronomische winst die deze firma zal maken dankzij de goedgelovige houding van het kopende publiek. Alter ego.....

Wat doen geuren dan wel?
Geuren beïnvloeden ons bewustzijn en zijn goed in staat om ons naar een bepaalde stemming toe te brengen. Ze dwingen niet maar nodigen uit. En het is zonder meer waar dat Citroen opwekkend is en het dus lekker is om dat te ruiken terwijl je aan het werk bent. Het verbetert de kwaliteit van je werk misschien wel. Of dat Jasmijn ontspannend werkt en lekker is om voor het slapen even te ruiken. Maar dat betekent niet dat je van Citroen gaat werken of van Jasmijn gaat slapen. Geuren geven extra waarde aan de wereld, ook al zijn we ons dat misschien niet zo bewust, maar het is een feit dat mensen die om een of andere reden hun reuk hebben verloren een verhoogde kans hebben om depressieve klachten te krijgen.
Geuren kunnen van onschatbare waarde zijn, maar het eigenlijke werk moeten we zelf doen.

bron :sjamaanopklompen.com


Lees meer... [De Neus - Wat doen geuren?]
 
Wat is geur?
Zintuigen vertellen een levend wezen wat er buiten zijn lichaam gebeurt. Deze gebeurtenissen hebben soms een positieve kant, maar kunnen ook levensbedreigend zijn. Om gebeurtenissen op hun juiste waarde te schatten werken de zintuigen in harmonie samen. De hersenen coördineren hierbij de samenwerking.


Het geur- en smaakzintuig functioneren als een eenheid en behoren evolutionair gezien tot de "oudste" zintuigen. De prikkels van deze zintuigen worden in het "oudste" gedeelte van de hersenen verwerkt.

Dit gedeelte van de hersenen is de zetel van het instinkt en de emotie. Toen levende wezens nog niet konden zien of horen was het belangrijk dat een zintuig zoveel mogelijk functies had. Je kon ruiken of het wezen dat je benaderde een prooi was, of dat het gevaar inhield, of met je wilde paren enzovoorts.

Het spreekt vanzelf dat er over een reactie op deze prikkels niet te lang "nagedacht" diende te worden, maar dat er instinctief een handeling moest volgen.
Deze functies vinden we nog steeds terug in onze eigen smaak- en geurzin.

Het is iedereen bekend dat bij de geur van lekker eten je het water in de mond loopt, terwijl bij bedorven voedsel ons de eetlust vergaat.

Maar geuren werken ook subtieler; zij wekken vaak (onbewuste) emoties op of bevorderen angst en vluchtgedrag. Zij regelen onze voortplantingszin en vertellen ons wat onze nestgeur is. Dit gebeurt menigmaal zonder dat we de geur bewust waarnemen. We kunnen ons acceptatiegedrag ten opzichte van geur- en smaakzin zelfs sturen.

Enkele voorbeelden van menselijk gedrag naar aanleiding van waargenomen geuren zijn:
  • Er zijn proeven gedaan waarbij mannen en vrouwen 2 dagen achter elkaar een T-shirt droegen. Na geblinddoekt te zijn kon men feilloos zijn eigen T-shirt herkennen en 13 van de 16 personen konden ook nog foutloos de shirts sorteren die door mannen en vrouwen gedragen waren.
  • Bij experimenten met kledingstukken van familieleden konden moeders en vaders de kleding van hun kinderen, grootmoeders de kleding van hun kleinkinderen en tantes die van hun neven en nichten onderscheiden van andermans kleding.
  • Zelfs broers en zussen, die langere tijd van elkaar gescheiden waren, konden de identiteit van elkaars kleding nog ruiken.
  • In vrouwenkloosters raakte de menstruatie cyclus van de dames in de war totdat ze weer de geur van een man opsnoven.
  • Vrouwen kunnen in hun vruchtbare periode beter ruiken.
  • Wie kent de ervaring dat een bepaalde geur of smaak een herinnering uit het verleden oproept?
  • Een brandlucht in een volle zaal met mensen kan paniek veroorzaken waardoor het aantal slachtoffers evenredig vergroot wordt.
  • In de natuur staat bitter vaak voor giftig en zuur voor onrijp. Bier en mayonaise moet men leren consumeren.
  • Mensen gaan ruiken naar wat ze eten, gevolg: mensen uit een andere cultuur vindt men soms stinken. Denk hierbij aan het gebruik van knoflook.
  • Mannen hebben een voorkeur voor de geur van bloemen en fruit, dames daarentegen vinden dierlijke geuren weer lekkerder. Het gebruik van musk (bronstgeur van het muskushertje) door mannen is een bekend voorbeeld. Negen van de tien vrouwen kan musk beter ruiken tijdens de ovulatiesprong, terwijl een kwart van de mannen de geur niet eens waarneemt.
  • Experimenten met theaterstoelen brachten aan het licht dat vrouwen een voorkeur hebben om op stoelen te gaan zitten die een geur van (mannen)zweet hadden.
  • Verschillende stoffen, die vaak te maken hebben met uitwerpselen of genitaliën van mens of dier, bevorderen de bereidheid tot seksualiteit.
  • Proeven waarbij men foto's van personen liet bekijken werden meestal seksier ervaren als ze bekeken werden in ruimtes waar een dergelijke geur hing dan in ruimtes zonder zo'n geur.
  • Lichamelijke arbeid staat laag aangeschreven met als gevolg: iemand die naar zweet ruikt laadt de schijn op dat hij laag op de maatschappelijke ladder staat. Na sporten en andere inspanning is men niet tevreden voor men gedoucht heeft.
  • De fabrikanten van geurstoffen weten als geen ander dat geuren een modeverschijnsel zijn. Zo zijn recepten uit het begin van deze eeuw al lang niet meer verkoopbaar.
  • Geuren zijn vrijwel altijd een mengsel van een groot aantal stoffen. Bij plantaardig materiaal kunnen we globaal zeggen dat een gedeelte uit koolwaterstoffen bestaat en een gedeelte uit zuurstofhoudende of zwavelhoudende verbindingen.
  • Verwijdert men de koolwaterstoffen (terpenen) uit het mengsel dan wordt de geur weer intenser.
  • De terpenen hebben nogal eens dezelfde geurbeleving maar minder intens dan de zuurstofhoudende verbindingen.
  • Bij een aantal stoffen bestaat er een elektrische spanning binnen het molecuul. De oorzaak is een ongelijke verdeling van de elektronen over het molecuul. Een dergelijke stof noemt men polair (de stof heeft twee of meer elektrische polen). Bekende voorbeelden zijn water en suiker.
  • Andere stoffen hebben een gelijkmatiger verdeling van de elektronen over het molecuul, bijvoorbeeld benzine en vet. Een dergelijke stof noemt men apolair (de stof heeft geen elektrische polen).
  • Polaire stoffen lossen makkelijk in elkaar op en apolaire stoffen eveneens. Een polaire en een apolaire stof lossen niet in elkaar op. Elke stof heeft zijn eigen mate van polariteit. Terpenen zijn over het algemeen minder polaire stoffen dan de zuurstof- of zwavelverbindingen.
  • Het reukorgaan bestaat uit een aantal plooien waarin zich 8 verschillende eiwitten bevinden. Deze eiwitten hebben een dusdanige ruimtelijke structuur dat ze precies passen in sommige gedeelten van een geurmolecuul (sleutel- en slotprincipe). Een dergelijk molecuul vormt dan met het eiwit een waterstofbrug waarbij een of meerdere elektronen op het eiwit worden overgedragen. Deze elektrische stroompjes belanden in de hersenen alwaar ze als geur worden geïdentificeerd.
  • Omdat waterstofbruggen een zeer zwakke binding vormen laten ze weer los zodra de concentratie lager wordt.
  • In eerste instantie kunnen we de geur waarnemen, totdat alle plaatsen proportioneel bezet zijn. Daarna komen er geen elektronen meer vrij, de prikkels verdwijnen en we ruiken de geur niet meer. Willen we de geurbeleving opnieuw ondergaan dan zullen we eerst "geurvrije" lucht moeten opsnuiven en nogmaals moeten ruiken.
  • De geurintensiteit is evenredig met het aantal aangeslagen eiwitmoleculen per oppervlak. Het gevolg is dat de sterkte van de geur toeneemt met de logaritme naturalis. Ook de polariteit kan een rol spelen bij de geurintensiteit, een polaire stof staat over het algemeen makkelijker en meer elektronen af.
  • Zoals er mensen zijn die kleurenblind zijn, zo zijn een aantal mensen minder gevoelig voor bepaalde geuren.
  • Een aantal stoffen kunnen geuren maskeren, hiervan wordt dankbaar gebruik gemaakt in sommige geurverfrissers en deodorants. Dit zijn over het algemeen apolaire stoffen die precies in het slot passen zonder dat er een elektronen overdracht plaats vindt.
    Ook het tegenovergestelde vindt plaats. Er zijn ook stoffen die een geur kunnen versterken. Het lijkt er op dat ze de elektronenoverdracht vergemakkelijken.
  • Bij sommige ziektes zoals verkoudheid wordt het reukorgaan inactief door slijmvorming.


Om geuren of stank te kwantificeren kunnen we gebruik maken van onze neus of een analytische techniek. Het gebruik van de neus zal de voorkeur verdienen vanwege de geringe investeringen.

Omdat de neus de sterkte van een geur meestal relatief beoordeeld is het ondoenlijk de concentratie precies te schatten.

Om de geur te kunnen kwantificeren gaan men uit van de detectiegrens van de neus omdat dit een redelijk vast gegeven is. Hiertoe verdunnen we de lucht zover tot we hem niet meer kunnen ruiken. We kunnen dit doen in een olfactometer op het laboratorium of in het vrije veld.

Bij analyse op het laboratorium zal men de geur op een of andere manier moeten "verpakken" om hem op het laboratorium te krijgen. In de praktijk gebeurt dat in kunststofcontainers (geurtonnen).

In een olfactometer nemen een aantal panelleden plaats achter 3 ruikbekers waarvan uit 1 beker verdund geurende lucht uit de geurton komt, de andere bekers zijn geurvrij. Men moet binnen een tijdsbestek van ongeveer een halve minuut een gedwongen keuze maken. Statistische berekeningen geven aan bij welke verdunning er door de panelleden geen geur meer is waar te nemen. Het geurgetal is dan het aantal malen dat men verdund heeft.


Men kan een variant van de olfactometer (snuifkar) naar de plaats des onheil sturen en ter plekke meten. De geurvrije lucht moet dan meegenomen worden of ter plekke worden bereid.

Een andere methode is, dat het panel de geur op enige afstand van de bron ruikt, zich vervolgens uit de "geurkegel" begeeft om daarna op een grotere afstand te proberen de geur in de kegel weer waar te nemen.

In het vrije veld worden geuren door de wind verdund. In welke mate dit gebeurt kan men berekenen met verspreidingsmodellen. Indien men op een kaart aangeeft tot welke afstand de geur nog waarneembaar was kan met een verspreidingsmodel uitgerekend worden wat het geurgetal moest zijn. Aan de ontwikkeling van deze methode heeft de DCMR een bijdrage geleverd.

Een nadeel van deze methode is dat men gebruik maakt van de herkenningsdrempel in plaats van de geurdrempel.
Ook het herkennen van een geur is vaak een subjectief gegeven. Zoals we in het begin zagen reageert een mens bij bedorven voedsel emotioneel anders dan bij vers voedsel.
Toch is bij bijvoorbeeld bloemkool het verschil tussen de geur van bedorven en verse waar slechts een kwestie van de concentratie van enkele zwavelhoudende componenten.

Het gevolg is dat de waargenomen verdunde geur niet meer als oorspronkelijk herkend behoeft te worden en de herkenningsdrempel extra wordt verhoogd.
Een kwantificering van de geur door het aantal geurcomponenten en hun concentratie met behulp van een instrumentele scheidingstechniek te bepalen teneinde het geurgetal vast te stellen, is vrijwel altijd gedoemd te mislukken.
Het mengsel is meestal te complex en vrijwel altijd kunnen een aantal componenten in sterkte variëren zonder dat deze afbreuk doet aan de geurbeleving.
Om de bepaling van het geurgetal op een eenduidige manier te laten gebeuren heeft de Nederlandse Normalisatie Commissie een voorschrift gemaakt voor het meten van geurdrempels met een olfactometer; de NVN 2820. Dit voorschrift is verre van ideaal en aan de hand van dit voorschrift zullen we nagaan wat er zoal mis kan gaan.
Om een geurend gas in een olfactometer te kunnen meten moet het volgens het voorschrift NVN 2820 in een "teflon" zak of in een zak vervaardigd van een andere fluorhoudende kunststof worden gemonsterd.
Zoals we reeds zagen bestaan geuren veelal uit een mengsel van stoffen met verschillende eigenschappen (polaire en apolaire).

Kunststoffen hebben eveneens polaire of apolaire eigenschappen.
Een polaire stof dringt makkelijk door in een polair medium en een apolaire stof in een apolair medium.
Kunststoffen, zoals teflon, waarin fluor is verwerkt, zijn polair. Polaire stoffen zoals bijvoorbeeld H2S lossen makkelijk op in de teflon zak en zullen daarna in de ruimte verdwijnen. Een mengsel van polaire en apolaire stoffen zal zodoende van geurkarakter veranderen.
Het gebruik van kunststoffen tijdens geurmetingen is de dood in de pot indien men geuren bestaande uit componenten met verschillende polariteit wil meten.

Een ander nadeel is dat de kunststofzakken lange tijd met stikstof of zuivere lucht moet worden gespoeld om ze geurvrij te krijgen, dit is overigens een aanwijzing dat een gedeelte van de "geur" in de kunststof "oplost".
Zoals we al zagen dringen polaire stoffen beter door de wand van teflon zakken heen dan apolaire.
De apolaire stoffen ruiken lang zo sterk niet met als gevolg dat met het verstrijken van de tijd het te meten mengsel onvoorspelbaar in intensiteit zal afnemen.

De tegenvallende resultaten van ringonderzoeken zullen hiermee wel verband houden. We moeten dan ook nog bedenken dat het bij ringonderzoeken altijd om enkelvoudige geurstoffen gaat en niet om mengsels.
Een oplossing voor deze problemen zou kunnen zijn om te bemonsteren in stalen flessen met een glazen coating. Vanwege de constructie van een olfactometer zal men noodgedwongen de flessen onder druk moeten monsteren. Bij deze manier van monsteren moet men bedenken dat het geen sinecure is om een geur onder druk te zetten zonder dat er de geur van een pomp bij sluipt.
Een ander probleem is het bemonsteren van normale buitenlucht. Omdat men moet verdunnen zal de concentratie vrijwel nooit hoog genoeg zijn mom een goede meting uit te voeren. Noodgedwongen neemt men dan maar monsters van het afgas van de bron en berekent men met een verspreidingsmodel het geurgetal voor een bepaalde plaats.
In het voorschrift worden regels gesteld wat betreft de keuze van een panel.
Er is een "brandbreedte" vastgesteld waarbinnen het reukvermogen van een panellid gemiddeld moet liggen.
Het lijkt erop dat men hiermee probeert te bereiken dat een panel een afspiegeling van de "bevolking" is.

Na een korte inwerkperiode wordt een panellid goed- of afgekeurd en bij goedkeuring ingedeeld in een panel.

Wat in het voorschrift vergeten wordt is het feit dat elke lichamelijke verrichting die regelmatig geoefend wordt zienderogen verbetert, zo ook het reukvermogen.

Het gevolg van het steeds beter ruiken van panelleden is dat ze beter worden dan de bandbreedte en afgekeurd moeten worden tot verdriet van degene die het onderzoek leidt. Hij moet maar weer zorgen dat zijn panel compleet wordt.

Men zou zich overigens wel eens mogen afvragen of klagers die regelmatig naar de meldkamer van een milieudienst bellen wel een afspiegeling van de bevolking zijn. Om aan een panel te mogen deelnemen moet men minstens 16 jaar zijn.  Moeten we er nu aan twijfelen of personen beneden de zestien tot onze samenleving behoren.
Er staan ook leuke gedragsregels voor panelleden in het voorschrift.
Wat te denken van de opmerking:" Het panellid mag geen gebruik maken van geurende cosmetica, parfums, e.d."
Nog afgezien van het feit dat parfums per definitie geuren en dat het wellicht niets uitmaakt of men een eigen geur heeft, adviseer ik de opstellers eens een bezoek aan een fabriek voor geur- en smaakstoffen te brengen.
Daar zal men trots vertellen dat deodorants, tandpasta en zeep allen geparfumeerd zijn.
Men wil het de leider (lijder) van een panel toch niet aandoen dat hij vraagt: "Heeft U zich wel gewassen? Dan mag U vandaag niet meedoen!"

Bij elke zintuiglijke waarneming kunnen we een waarnemingsdrempel, in ons geval de geurdrempel, en een herkenningsdrempel onderscheiden.
Om het verschil tussen beide te demonstreren kiezen we het volgende voorbeeld.

In het halfduister kijkt iemand naar een schilderij, hij neemt vaag een rechthoek waar. Deze waarneming gebeurt bij de waarnemingsdrempel.
Zodra het langzaamaan wat lichter wordt kan hij op een gegeven moment de tekening op het schilderij herkennen. Dit is de herkenningsdrempel.

Het hoeft geen betoog dat hij enkele simpele lijnen eerder herkent dan een Rembrand. Dit geld ook voor geuren, de herkenningsdrempel zal voor ieder geurtype anders zijn.
Zoals we al eerder betoogden is de waarnemingsgrens van onze neus een absoluut en het herkennen van een geur een relatief gegeven.

Bij een olfactometrische bepaling heeft het dan ook geen zin te vragen of de persoon de geur herkent heeft omdat men dan opzoek is naar de verkeerde drempel. In de NVN 2820 is daar overigens wel sprake van.

Daar komt nog bij dat de psychologie van een aantal mensen het niet toelaat dat ze erkennen dat ze niets geroken hebben. Dit hoeft geen opzet te zijn, maar kan ook met een zichzelf opgelegde inbeelding verband houden.
Het is in dit verband veel zuiverder om via een statistische methode uit te "rekenen" of iemand iets geroken heeft.
Het probleem van de herkenningsdrempel speelt ook een wezenlijke rol indien er niet met geurvrije lucht verdund wordt. Noodgedwongen kan men er dan die ene geurbreker pas uithalen zodra men de geur herkent ten opzichte van de andere geurende bekers. Zo weet ik uit eigen ervaring dat bij onze olfactometer er altijd een olielucht van de compressor uit de geurbekers komt.
Volgens de NVN 2820 mag dit helemaal niet. Als we de adviezen die daarin gegeven worden opvolgen, kan dit nog een bom duiten kosten.
Het zou me niets verbazen als de uitkomsten van de metingen ergens tussen de geurdrempel en de herkenningsdrempel liggen.

Het door de DCMR mede ontwikkelde voorschrift voor de bepaling van geuren in het vrije veld heeft de bezwaren van de kunststofcontainers niet.
Hier doen zich weer andere problemen voor.
Het lijkt zo voor de hand te liggen om met een kaart het gebied in te wandelen en de grens te bepalen tot waar men een bepaalde geur kan waarnemen.
Om een accurate berekening bij deze geurmeting te kunnen uitvoeren moet men van goede meteorologische gegevens voor het te meten gebied en het tijdstip van meting uitgaan. Nu is het Rijnmondgebied een kunstgebied en de meteo-gegevens van Hoek van Holland en Zestienhoven lopen nogal eens uiteen. Het is zodoende haast een noodzaak om deze gegevens ter plekke te bepalen.
In het vrije veld hangen er naast de geur van het object ook andere geuren. Men komt er niet onderuit om hier gebruik te maken van de herkenningsdrempel. Deze zal tussen de twee tot achtmaal de geurdrempel liggen.
Sinds een aantal jaren is er een instrument in de handel dat in staat is de ervaringen van de neus te simuleren.
In principe bestaat het instrument uit 6 sensoren die elk een ander type verbindingen kunnen registreren.
De 6 sensoren bestaan uit verschillende metaaloxiden waaruit elektronen vrij komen als er een component langs strijkt. Een bepaalde component kan een of meer sensoren in verschillende mate aanslaan, deze signalen worden na versterking bewerkt met een computer.
Van een mengsel kan zodoende een geurkarakteristiek opgesteld worden, waarna herkenning volgt.
Tijdens een demonstratie heb ik persoonlijk kunnen waarnemen dat het instrument de geur van verse amandelen kon onderscheiden van de geur van overjarige amandelen.

Het voordeel van een dergelijk instrument is duidelijk.

  • Het instrument is niet afhankelijk van een panel en kan door een persoon bediend worden.
  • Het instrument kan niet verkouden worden.
  • Het instrument kent geen emoties.
  • Het instrument "wijst" ook goed aan in de buurt van de detectiegrens.
  • Het instrument behoeft geen gebruik te maken van storende "geurtonnen".
  • Omdat er niet verdund behoeft te worden kan het instrument ingezet worden voor "normale" buitenluchtmonsters.
  • Het instrument wordt niet van de wijs gebracht door een maskerende stof.
  • Het instrument kan dag en nacht ingezet worden.
  • Het instrument kan dagen achtereen ruiken zonder dat het verdoofd wordt.

Een heel groot nadeel van dit instrument is het feit dat het heel problematisch is om mengsels van verschillende geuren uit elkaar te houden. Dit is voor het meten van buitenluchtmonsters vooralsnog een moeilijk te nemen hindernis.

De kosten van een dergelijk instrument zijn niet gering en er zullen best nog wat uurtjes aan ontwikkeling in gaan zitten. Toch denk ik dat we er op den duur niet onderuit kunnen komen om een "electronic nose" aan te schaffen.

Johan Versijp
Lees meer... [Wat is geur?]
 
Hoe ruik je - Flash animatie
Lees meer... [Hoe ruik je - Flash animatie]